Ergens

“U mag wel voor”, zegt de jongeman tegen de dame met een pak ontbijtkoek in haar rollatormandje. Zijn stem klinkt als die van een ouwe kettingroker. Hij draagt een slobberige joggingbroek, gympen met afgesleten zolen en een vaal bomberjack. Zijn wangen zijn grauw en ongeschoren.

De dame schudt haar hoofd. “Ik heb alle tijd”, zegt ze vriendelijk, “ik hoef nergens heen.”
“Ik hoef ook nergens heen”, zegt de man. Hij oogt inderdaad alsof hij nergens wordt verwacht.

Traag legt hij een witbrood op de boodschappenband, twee sixpacks Kordaat en een zeegroene knuffeldolfijn die je bij elkaar kunt sparen met zegels. “Voor me zoontje”, zegt hij tegen de scholiere achter de kassa en overhandigt haar een volgeplakte spaarkaart.

Buiten kom ik de man weer tegen terwijl hij bezig is zijn boodschappentas aan het stuur van een gammele fiets te hangen. Hij stapt op en rijdt slingerend weg. Vast wel ergens heen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *