Sleutel

Ik moet een doos flyers afleveren bij iemand thuis. Er wordt niet opengedaan, dus bel ik aan bij het huis ernaast. Door het raam in de voordeur zie ik een oudere vrouw op me aflopen. Ik ga wat rechterop staan en glimlach naar haar. Maar de vrouw heeft alleen oog voor de sleutelbos in haar hand. Ze laat de sleutels zoekend door haar vingers gaan, kiest er een uit en steekt die in het slot van de voordeur. Ik hoor haar mompelen: “Ik krijg ‘m niet open.”
Ongeduldig morrelt ze aan het slot. “Hij draait niet rond.”
Ze trekt aan de sleutel. “Ik krijg hem er niet meer uit. Hij zit vast!”
“Ojee”, zeg ik en ik probeer door het raam te zien wat het probleem is.
De vrouw kijkt me verwijtend aan. “Als jij nou niet had aangebeld!”
Ze trekt nog een paar keer aan de sleutel. Dan draait ze zich om en loopt foeterend weg.
“Eh, mevrouw?” Ik bel opnieuw aan. De vrouw komt teruglopen. Als ze ziet dat ik het ben, blijft ze halverwege de gang staan.
“Ja, hij kan toch niet open”, roept ze.
“Ik wil deze flyers graag even afleveren voor uw buren”, roep ik terug, de doos omhoog houdend. De vrouw gooit hulpeloos haar armen in de lucht. “Nou, kom dan maar achterom.”
Ik loop door het steegje achterom.
“Zal ik even kijken naar het slot”, bied ik aan als ik door de achterdeur de woonkamer binnenstap.
“Wat dacht jij eraan te kunnen doen, dan!” De vrouw klinkt eerder wanhopig dan boos. “Als jij nou niet had aangebeld…” Ze slaakt een zucht. “Nouja, kijk maar even dan.”
Ik zet de doos op de grond en loop de gang in. De vrouw komt achter me aan en perst zich langs me heen naar de voordeur. Daar begint ze weer aan de sleutel te trekken.
“Kiek dan”, hijgt ze, “hartstikke vast!” De zweetdruppels staan in haar nek.
“Nou moet ik de slotenmaker laten komen. Weet je wel hoeveel geld dat kost? En ik woon hier niet eens. Dit is het huis van mijn moeder!”
“Mag ik even?”
Ik draai de sleutel naar rechts en trek hem uit het slot.  
De vrouw kijkt me met open mond aan. “Hoe dééd je dat?”
Ik haal mijn schouders op. “Als ie erin kan, kan ie er ook uit”, zeg ik Cruijffiaans.
Ik steek de sleutel weer in het slot en draai hem linksom. Klik, zegt het slot, open is de deur.
Opgelucht duwt de vrouw me naar buiten. “Nou dag dan maar, hè”, zegt ze niet onvriendelijk, “en bedankt, hoor.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *