Bloedserieus

“Ik vraag me af hoe zoiets uit kan”, peinst Man als we later, bij een glas wijn, de poëziemiddag slash dichtwedstrijd voor vmbo-leerlingen evalueren. Ik hoor aan zijn stem dat hij al lang heeft uitgerekend dat het beslíst niet uit kan.
“Zes euro vijftig per persoon, krap aan vijftig man in dat zaaltje; moeten ze daar die dichters van betalen?”
“Hm.”
“Rawie komt dan ook maar voor een schijntje opdraven”, vervolgt Man. “En die Vlaamse dichteres. En dat Peizer Kamerkoor.”
“Het was niet het héle kamerkoor.”
“325 euro, daar kun je toch niks mee?”
“Hm.” Discussiëren over verdienmodellen vind ik stomvervelend. “Wat vond je eigenlijk van de gedichten van de scholieren”, vraag ik.  
“Die konden zeker wedijveren met die van de professionals”, zegt Man gul. Hij zet zijn glas neer.
Dan, bloedserieus: “Zullen wij ook een keer meedoen met een poëziewedstrijd?”

Oké – díe zag ik niet aankomen.

Fragmenten van gedichten uit de bundel Geleende tijd van Jean Pierre Rawie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *