Un oeuf is un oeuf

Ik begrijp ze wel hoor, die gele hesjes in Frankrijk. Die woede tegen de gevestigde orde die van alles bedisselt ten koste van de burger. Die frustratie over het gemak waarmee van hogerhand besloten wordt tot verhoging van de accijnzen. Die onmacht over de verachting van het klootjesvolk. Un oeuf is un oeuf zegt de Franse Jan met de Pet, en gelijk heeft ie. Ook in Nederland begint de gelehesjesbeweging, zij het schoorvoetend, poot aan de grond te krijgen. Want ga maar na, er is genoeg om tegen te protesteren: de verhoging van de pensioenleeftijd, Rutte III, het zorgstelsel, Zwarte Piet, vaccinaties, André Hazes op tv. En het is ook weleens lekker om die woede te uiten. Ben je het ergens niet mee eens, voel je je gepasseerd, gediscrimineerd of gepiepeld; hup, hesje aan en de barricaden op!

We zijn met z’n allen veel te lang veel te fatsoenlijk geweest. Door onze opvoeding, het Calvinisme, het ‘doe maar gewoon’, het niet met je kop boven het maaiveld uit durven steken. VOC-mentaliteit? Overboord ermee. Verzétsmentaliteit, die moeten we tevoorschijn halen en afstoffen. Verzet begint bij de kleine dingen. Want als je die laat gaan, dan hébben ze je.

Laatst bijvoorbeeld was ik bij de mondhygiëniste. Daar had ik mij in een kwetsbaar moment – liggend op mijn rug en met mijn mond open – naartoe laten dirigeren door mijn tandarts. Mijn tandarts is pas zijn eigen gloednieuwe, megagrote mondzorgcentrum begonnen, compleet met een leger aan personeel en een batterij aan apparatuur. Op dat pand zit natuurlijk een hypotheek van heb ik jou daar en die inboedel is ook niet gratis, dus als mijn tandarts wat aan mij kan verdienen, dan zal hij dat niet laten.

Mijn afspraak met de mondhygiëniste duurde welgeteld zes minuten. Ze deed iets onduidelijks met een rubberen slijptol en vroeg hoe ik mijn tanden poets. “Met een borstel”, antwoordde ik naar waarheid. “Zet u die dan in het vervolg schúin op de tanden.” Ze duwde me de behandelkamer uit naar de receptioniste die me van achter haar balie van melkglas een factuur in de handen drukte. Ik keek nog eens goed: er stond echt zevenentwintig euro vijftig. Tweeëntwintig euro vijftig voor het ‘consult’ en vijf euro voor het poetsadvies.

Poetsadvies?

Rustig liep ik naar mijn auto, haalde mijn gele hesje en de krik tevoorschijn en wandelde zachtjes neuriënd terug naar het mondzorgcentrum alwaar ik de glazen balie onderwierp aan een grondig restylingadvies. Gratis en voor niets.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *